In 1924 uitgevonden door F. Jeremiassen van Krystall A/S in Oslo (Noorwegen), kreeg de naam van de stad waar het ontwerp vandaan kwam. Hij wordt ook wel "groei"-, "wervelbed"- en “Krystal-“ kristallisator genoemd.
GEA is de opvolger van de kristallisatietechnologie van Davy Powergas en A.W. Bamforth, en bezit als zodanig alle documentatie van de door hen gebouwde OSLO-installaties. Deze achtergrond en GEA’s eigen uitgebreide ervaring maken GEA wereldwijd tot de belangrijkste ontwerper van OSLO-kristallisators.
Tegenwoordig is het belangrijkste voordeel van de OSLO-kristallisator de mogelijkheid om kristallen te laten groeien in een wervelbed dat niet onderhevig is aan mechanische circulatiemethoden. Een kristal in een OSLO-systeem groeit ongehinderd tot de grootte die toegestaan wordt door de verblijftijd in het wervelbed.
Het resultaat is dat een OSLO-kristallisator de grootste kristallen laat groeien in vergelijking met andere typen kristallisators. De slurry wordt uit het wervelbed van de kristallisator verwijderd en afgevoerd naar gebruikelijke centrifugatiesystemen. Indien nodig kan ook heldere vloeistof worden gezuiverd uit de klaringszone van de kristallisator.
Bijzondere kenmerken:
- Grote kristallen van tot 6 mm
- Geen interne circulatiepomp
- Te verwaarlozen secundaire kiemvorming
- Hoge oververzadiging
- Efficiënte vernietiging van fijne deeltjes
- Ruime verblijftijd in het wervelbed
- Lange productiecyclus tussen reinigingen
Werkingsprincipe
Werkingsprincipe van Oslo-kristallisators
De OSLO-kristallisator bestaat uit vijf basisdelen:
- Het kristallisatievat. Levert het merendeel van het actieve volume dat nodig is gezien de vereiste verblijftijd en maakt een goede afvoer van procesdampen mogelijk.
- De baffle. Regelt de kristallenpopulatie door fijne kristallen (die moeten worden opgelost door verwarming of verdunning) te scheiden van grove kristallen (voor verdere groei).
- De circulatiepomp. Zorgt voor voldoende circulatiesnelheid om de kristallisator onder optimale oververzadigings- en oververhittingsomstandigheden te laten werken. Gewoonlijk worden schroefpompen met axiale stroming gebruikt.
- De warmtewisselaar. Voorziet in de thermische energie die de kristallisator nodig heeft om de gewenste verdampingshoeveelheid te realiseren.
- Het wervelbed. Kristallenbed dat wordt gefluïdiseerd door de circulerende zoutoplossing en de oververzadiging overbrengt naar de zwevende kristallen.
Net als bij een DTB-kristallisator wordt een geklaarde oplossing met fijne kristallen van een bepaalde grootte weggehaald uit het bafflegebied. Door oververhitting van de oplossing in de externe warmtewisselaar worden de fijne deeltjes ontbonden. Deze oververhitting wordt opgeheven door verdamping van een oplosmiddel, dat ofwel naar de volgende processtappen wordt gevoerd of intern wordt hergebruikt door toepassing van een recompressiesysteem naar keuze.
De oververzadigde oplossing wordt dan omlaag gevoerd door de draft-leiding, zodat een kristallenbed voorzichtig wordt gefluïdiseerd en de oververzadiging wordt overgebracht op de zwevende kristallen voor kristalgroei.

Verwarmingsopties voor thermische scheidingsinstallaties
Downloads
Aanverwante producten

Geforceerde circulatie-kristallisators
Eenvoudig van ontwerp en robuust in bedrijf. Het werkpaard voor kristallisatie van industriële oplossingen.

Kristallisatietestcentrum
Beschikbaar voor product- en haalbaarheidstests met echte monsters en parameters. Ofwel in GEA's kenniscentra voor kristallisatie, of op locatie dankzij onze mobiele units.

COMPACRYST®
Mechanische en procesinnovatie. Compacte en monoblok geforceerde circulatie-kristallisator.

Draft Tube Baffle-kristallisators
Beperkte wrijving en efficiënte vernietiging van fijne deeltjes – een ontwerp om grove kristallen te produceren met een nauwe grootteverdeling.
GEA-inzichten

Innovating for impact: betere oplossingen voor klanten ontwikkelen
Van de industriële productie wordt verwacht dat ze minder grondstoffen verbruikt, slimmer te werk gaat en ervoor zorgt dat apparatuur langer productief blijft. Bij GEA verandert dit de manier waarop innovatie tot stand komt: techniek, klantinzicht, digitale expertise en service worden al in een vroeger stadium gebundeld, namelijk op het moment dat de kern van een oplossing nog vorm kan krijgen.





