17 augustus 2026

Van de industriële productie wordt verwacht dat ze minder grondstoffen verbruikt, slimmer te werk gaat en ervoor zorgt dat apparatuur langer productief blijft. Bij GEA verandert dit de manier waarop innovatie tot stand komt: techniek, klantinzicht, digitale expertise en service worden al in een vroeger stadium gebundeld, namelijk op het moment dat de kern van een oplossing nog vorm kan krijgen.
De druk op de industriële productie blijft toenemen. Installaties moeten minder energie en water verbruiken, efficiënter omgaan met grondstoffen, sneller inspelen op veranderingen op de markt en ervoor zorgen dat apparatuur langer productief blijft. Ondertussen zorgen verbonden systemen, data en AI ervoor dat machines ook jaren na installatie steeds meer kunnen.
Dit verandert de aard (en uitdaging) van innovatie. Zelfs een uiterst efficiënte machine kan tekortschieten als er te laat aan onderhoudsvriendelijkheid wordt gedacht. Een digitale oplossing heeft minder waarde als deze pas wordt toegevoegd als de apparatuur al is ontworpen op basis van andere uitgangspunten. En een duurzaamheidsbeoordeling die tegen het einde van de ontwikkelingsfase wordt uitgevoerd, kan de milieu-impact weliswaar meten, maar heeft veel minder invloed op de vormgeving ervan.
Voor GEA zorgt die realiteit ervoor dat de manier waarop ideeën tot oplossingen worden omgezet en waarop ze zich gedurende hun levensduur verder ontwikkelen, verandert. Klantinzichten, circulair ontwerp, digitale expertise, service en grondstofefficiëntie komen steeds eerder samen – terwijl teams nog steeds de ruimte hebben om van koers te veranderen.
“Een uitstekende machine bouwen en pas later over de rest nadenken, is tegenwoordig geen optie meer”, aldus Dr. Nadine Sterley, Chief People & Sustainability Officer bij GEA. “We willen apparatuur, digitale oplossingen en service ontwikkelen als een systeem dat gedurende de gehele levenscyclus steeds betere prestaties levert. Innovation for impact betekent dat je daar de juiste omstandigheden voor creëert: sterk klantinzicht, duurzaamheid en samenwerking vanaf het begin, in combinatie met de moed om ideeën te testen en al in een vroeg stadium te leren”.
Deze verschuiving hangt nauw samen met GEA's ‘Mission 30’-strategie. Het bedrijf zet zich in om tegen 2030 meer dan 60% van de omzet uit duurzame oplossingen te halen: technologieën die klanten helpen efficiënter om te gaan met grondstoffen en hun impact op het milieu te verminderen. In 2025 bedroeg dit aandeel al 45,7%.
De ambitie reikt nog verder. Alle nieuw geïntroduceerde producten moeten vanaf 2030 geschikt zijn voor de circulaire economie, waarbij in het ontwerp rekening moet worden gehouden met aspecten als duurzaamheid, repareerbaarheid, materiaalgebruik, recycleerbaarheid en strategieën voor het einde van de levensduur. GEA zet zich bovendien in om zijn vitaliteitsindex (het aandeel van de omzet dat wordt gegenereerd door producten die in de afgelopen vijf jaar op de markt zijn gebracht) te verhogen tot 30%. In 2025 bedroeg dat cijfer 19,2%.
Tegelijkertijd is GEA van plan om de digitale omzet tegen 2030 meer dan te verdrievoudigen tot ruim € 200 miljoen en de omzet uit dienstverlening tussen 2024 en 2030 met meer dan 6% per jaar te laten groeien.
Alles bij elkaar vormen deze doelstellingen een veeleisend ontwikkelingsprogramma. Een nieuwe oplossing moet wellicht minder energie en water verbruiken, in een meer circulaire levenscyclus passen, waarde genereren via digitale mogelijkheden en toch vele jaren eenvoudig te onderhouden en te optimaliseren zijn.

Meer dan 50 oplossingen van GEA dragen nu het Add Better-label – extern gevalideerd door TÜV Rheinland.
“Onze klanten zijn actief in grondstofintensieve sectoren met producten met een lange levenscyclus”, aldus Peter Lauwers, CEO van de divisie Pharma & Food Applications van GEA. “Aandacht besteden aan grondstofefficiëntie in onze apparatuur is voor ons dan ook een duidelijke zakelijke kans. Voor onze klanten betekent dit lagere bedrijfskosten; voor ons creëert het onderscheid in concurrerende markten.”
Die logica dringt steeds verder door in de innovatieactiviteiten van GEA, tot op het punt waarop een concept nog fundamenteel kan worden gewijzigd. Het bepaalt ook hoe verbeteringen worden vastgelegd. Het ‘Add Better’-label van GEA duidt oplossingen aan die veel grondstofefficiënter zijn dan hun voorgangers. Meer dan 50 oplossingen dragen nu het label, ondersteund door gestandaardiseerde, ISO-conforme berekeningen en externe validatie door TÜV Rheinland. Voor klanten maakt dit prestatiebewijs het gemakkelijker om verbeteringen te beoordelen. Voor de teams van GEA vormt het een uitgangspunt voor de volgende ontwikkelingsfase.

Dr. Nadine Sterley
Chief People & Sustainability Officer, GEA
GEA heeft diepe wortels in de techniek. Maar technische excellentie alleen is geen garantie dat een innovatie het belangrijkste probleem aanpakt. Verkoop- en serviceteams kunnen terugkerende operationele vereisten in het ontwikkelingsproces verwerken, terwijl feedback van klanten wordt gebruikt om aannames te testen voordat ze worden vastgelegd in specificaties.
“Gezamenlijk ontwikkelde oplossingen worden sneller geaccepteerd, omdat ze beter aansluiten bij de praktijk van de klant”, aldus dr. Florian Vogt, Vice President Sustainable Solutions & Innovation bij GEA. “In nauwe samenwerking met onze klanten kunnen we vaststellen waar het terugdringen van energie-, water- of materiaalverbruik in de productieprocessen van de klant het belangrijkst is – en waar een innovatie de grootste meerwaarde oplevert”.
Het netwerk van GEA, bestaande uit ongeveer 40 testcentra verspreid over 12 landen, speelt hierbij een belangrijke rol. Klanten kunnen samen met specialisten van GEA processen testen, producten valideren en productieomstandigheden simuleren voordat ze overgaan tot implementatie op industriële schaal. Tegelijkertijd krijgt het GEA-team in een realistische omgeving beter inzicht in het probleem van de klant om zo een betere oplossing te kunnen bieden.
De waarde van deze benadering wordt duidelijker bij projecten waarbij geen enkele discipline op zichzelf tot het gewenste resultaat had kunnen leiden:




Dr. Florian Vogt
Vice President Sustainable Solutions & Innovation, GEA
Innovatie is alleen van invloed als ze vanaf het begin door de juiste expertise wordt vormgegeven. Daarom brengt GEA al in de vroegste ontwikkelingsfasen specialisten op het gebied van service, R&D, duurzaamheid en digitalisering bij elkaar.
In de praktijk betekent dit dat servicespecialisten al een bijdrage kunnen leveren terwijl de architectuur van de apparatuur nog in ontwikkeling is. Digitale teams kunnen vaststellen welke gegevens moeten worden gegenereerd en op welke gebieden verbonden mogelijkheden toegevoegde waarde kunnen opleveren. Duurzaamheidsexperts kunnen de impact van energie, water, materialen en levenscyclus onderzoeken zolang er nog ruimte is om het ontwerp aan te passen. Klantgerichte teams kunnen zich afvragen of de voorgestelde waardepropositie een oplossing biedt voor een probleem dat klanten daadwerkelijk willen oplossen.
Timing is belangrijk. Industriële producten blijven vaak jarenlang in ontwikkeling en zijn tientallen jaren in gebruik. Vroegtijdige beslissingen kunnen bepalend zijn voor energieverbruik, onderhoudsinspanningen, upgrademogelijkheden en digitale waarde gedurende een groot deel van de levensduur van een product.

Peter Lauwers
CEO, Divisie Pharma & Food Applications, GEA
GEA creëert ook meer ruimte voor experimenten in een sector waar producten zelfs onder veeleisende industriële omstandigheden betrouwbaar moeten presteren. Ervaren ingenieursbureaus hebben goede redenen om zorgvuldig met risico’s om te gaan. Toch kunnen ideeën verloren gaan als onzekerheid te vroeg wordt weggenomen.
Het doel is om aannames en prototypes in een vroeg stadium te testen, zwakke ideeën te herkennen voordat er grote investeringen worden gedaan en veelbelovende ideeën de ruimte te geven om zich verder te ontwikkelen.

Ruimte om te experimenteren: tijdens hackathons en sustainathons ontwikkelen GEA-teams nieuwe ideeën die verder gaan dan de dagelijkse gang van zaken.
Formules zoals hackathons en sustainathons bieden ruimte voor dat werk. GEA beloont ook interne uitvinders en teams via lokale ‘Inventor Awards’ en zijn wereldwijde ‘Better World Awards’-programma, terwijl partnerships met universiteiten, STEM-programma’s en externe innovatienetwerken voor nieuwe invalshoeken zorgen.
Veel van de praktijken die zich momenteel binnen GEA verspreiden, zijn al zichtbaar in afzonderlijke teams en projecten. Dit project bouwt voort op die basis en zorgt ervoor dat sterke praktijken die in een bepaald deel van GEA zijn ontwikkeld, in het hele bedrijf worden toegepast.
Voor Peter Lauwers begint dat bij de mensen die het werk doen. “Wat mij vertrouwen geeft, is ons team bij GEA – hun vakmanschap, nieuwsgierigheid en toewijding tot kwaliteit”, zegt hij.
Die combinatie vormt al generaties lang de techniek bij GEA. Het is nu belangrijk dat we dit initiatief een groter bereik te geven: om sneller te leren en de juiste expertise in te schakelen terwijl de belangrijke keuzes nog openliggen. Bij apparatuur die tientallen jaren in gebruik blijft, hebben die vroege keuzes een langdurige invloed.