Waar beginnen we? Biodiesel met een 7%-mengsel (B7) wordt al wijdverbreid gebruikt. Het behoort tot de eerste generatie biobrandstoffen. Met HVO en SAF gaan we door naar de tweede generatie biobrandstoffen. Julian Poll, Product Manager for Sales in de Business Line Renewables bij GEA, licht het proces en de voordelen toe: “Een enorm voordeel van deze brandstoffen is dat het zogenaamde ‘drop-in-brandstoffen’ zijn. Dat wil zeggen dat HVO volledig kan worden gebruikt in bestaande dieselmotoren, in bijvoorbeeld spoortransport- of scheepsmotoren, zonder dat nieuwe motortechnologieën vereist zijn. Tegelijkertijd is SAF volledig compatibel met conventionele Jet A-1-kerosine en kan het zonder enige modificaties worden vermengd in vliegtuigturbines. Het kan zelfs zonder enige problemen worden gemengd met fossiele kerosine in vliegtuigbrandstofdepots. Aangezien elektrische vliegtuigen en vliegtuigen op waterstof alleen nog maar toekomstdromen zijn, is SAF momenteel de meest duurzame oplossing die beschikbaar is”.
Van afval tot waarde - inzicht in HVO en SAF
De biobrandstoffen van de toekomst worden verkregen uit afvalproducten, zoals gebruikte bakolie, dierlijke vetten uit smeltprocessen (categorie 1-3), afvalwater van palmoliefabrieken en niet-eetbare plantaardige olie, zoals carinata. De uitdaging: hoewel de grondstoffen vaak slecht van kwaliteit en enorm vervuild zijn, moeten de eindproducten aan de hoogste zuiverheidsstandaarden voldoen, en in sommige gevallen zelfs die van de voedingsmiddelenindustrie overtreffen.
Alles behalve kleine visjes: gebruikte bakolie en andere olie- en vetresten zijn de perfecte grondstof voor HVO en SAF.
Een andere belangrijke factor is de efficiënte inzameling van gebruikte bakolie. Bedrijven met grote vrachtwagenparken vertrouwen op een gedecentraliseerd inzamelsysteem door verschillende restaurants af te rijden om gebruikte frituurolie in te zamelen voor verdere verwerking. In Oostenrijk worden containerstations ook gebruikt om de inzameling van gebruikte bakolie voor HOV-productie te vergemakkelijken.
Voor verwerkingsbedrijven is het essentieel dat de voorbehandeling op betrouwbare wijze voldoet aan de vereiste specificaties, ongeacht de grondstoffen die worden verwerkt of met elkaar worden gemengd. “Dit noemen we vermenging”, aldus Poll. “De verwerkingsbedrijven ontvangen vele verschillende grondstoffen van uiteenlopende kwaliteit, die allemaal in de voorbehandeling moeten kunnen worden verwerkt. We hebben dit uitvoerig getest. Onze resultaten: ongeacht de geteste grondstof, zuiver of vermengd, in alle gevallen was GEA Pre2Fuel beter dan het conventionele proces voor wat betreft fosfor- en metaalreductie”.
Pre2Fuel is zelfs de meest uitdagende grondstoffen de baas – van gebruikte bakolie tot dierlijke vetten – met maximale efficiëntie, flexibiliteit en zuiverheid.
Julian Poll
Product Manager Sales, Business Line Renewables bij GEA
GEA Pre2Fuel voorziet in groeiende vraag
Volgens de ReFuelEU-luchtvaartregelgeving moet tegen 2050 70% van de vliegtuigbrandstof die in Europa wordt verbruikt, SAF zijn – met een tussenliggend doel van 6% tegen 2030. Deze ambitieuze doelen roepen de volgende vraag op: hoe kunnen biobrandstoffen efficiënter en duurzamer worden geproduceerd? “De sleutel tot een geoptimaliseerd proces is de innovatieve voorbehandeling met gebruik van GEA’s Pre2Fuel-proces. Hoewel in het conventionele proces nog steeds bleekaarde wordt gebruikt, is deze dure en milieuonvriendelijke factor nu volledig geëlimineerd”, legt Poll uit.Vaarwel bleekaarde, welkom kostenbesparingen
De benadering van Pre2Fuel is om de grondstoffen in de tweede fase zo grondig te zuiveren dat de derde fase – bleken – niet meer nodig is. Dit leidt tot kostenbesparingen van maar liefst 50% in de voorbehandeling, aangezien de inkoop, veilige behandeling en verwijdering van bleekaarde niet meer nodig zijn.De tweede fase na de PE- (polyethyleen-) filtratie is ontgomming, die op twee belangrijke gebieden is geoptimaliseerd door de experts van GEA. “Ten eerste voor wat betreft zuiverheid – met aanmerkelijk lagere restgehalten fosfor en metaal – en ten tweede voor wat betreft efficiëntie – met minder olieverliezen”, aldus Poll. Door de milieuonvriendelijke bleekfase te verwijderen, nemen ook de CO₂eq-emissies met 12% af. De resultaten van GEA werden wetenschappelijk gevalideerd aan de hand van uitvoerige tests, door onder andere TÜV Rheinland. “Iedereen die ons proces gebruikt, kan erop vertrouwen dat ze grondstoffen van een lagere uitgangskwaliteit duurzaam en efficiënt kunnen verwerken”, voegt hij eraan toe.
Tijd voor schaalvergroting
De eerste stap van het grote werk is gezet; de eerste installatie van GEA Pre2Fuel wordt opgesteld in Azië. “Grotere installaties hebben een verwerkingsvolume van 600 ton per dag. Dit is voor ons een topprioriteit, want hoe geavanceerd het proces ook is, niets is overtuigender dan een klantreferentie op wereldmarktniveau. We verwachten daarom dat de vraag enorm dynamisch zal zijn – ons Pre2Fuel-team is klaar en wacht”, verzekert Poll. Om dingen in perspectief te plaatsen: er zijn momenteel wereldwijd ongeveer 86 installaties die SAF en HVO produceren met verschillende processen. Voor 2031 zijn nog eens 262 installaties gepland. Gezien de enorme voordelen van Pre2Fuel vergeleken met het conventionele proces, is deze GEA-oplossing enorm veelbelovend.
Add Better
Het Add Better-label duidt grondstofefficiënte en milieuvriendelijke oplossingen aan. Onze klanten weten in één oogopslag: met dit product zitten ze op het juiste pad naar een koolstofvrije toekomst. En voor wat betreft een holistische benadering van de optimalisatie en decarbonisatie van de productie, is onze Add Better Consulting, gevalideerd door TÜV Rheinland, de beste keuze.
