Tankveiligheidssysteem Tankveiligheidssysteem VARITOP®

Het tankveiligheidssysteem VARITOP® is een modulair systeem, gebaseerd op gestandaardiseerde componenten. VARITOP® wordt gebruikt voor tankreiniging, en dient om tanks te beveiligen tegen ontoelaatbare overdruk en vacuüm en voor gecontroleerde ver- en ontgassing. Elke klant heeft keuze uit alternatieven voor de functionele componenten. Bovendien kan de configuratie grotendeels individueel worden ontworpen. Het resultaat is een functionele unit die is aangepast aan de wensen van de klant.

Functionaliteit

Voor de beveiliging van tanks tegen overdruk worden VARIVENT® veiligheidskleppen gebruikt, tegen vacuüm VARIVENT® vacuümkleppen. 

Via één centrale aansluitingen worden de gas-en CIP-routes omgeschakeld. Het CIP / gasbeheer kan plaatsvinden met een automatische overschakelmodule (geen extra netvoeding nodig) of een vlinderklepcombinatie. Het reinigingsmiddel wordt door de CIP-toevoerleiding naar de spuitlans of straalreiniger in de tank gebracht. Als er geen reinigingsproces bezig is, wordt het ver- en ontgassen verzekerd door een bypass op het kruisstuk en de schakelmodule.

Het tankveiligheidssysteem VARITOP® kan op een centrale aansluiting of een tankplaat worden geplaatst. De verbinding is altijd de beproefde VARIVENT® flensaansluiting op het kruisstuk.

Algemene voordelen

  • Modulair systeem
  • Beveiliging tegen overdruk
  • Beveiliging tegen vacuüm
  • Reproduceerbare reinigingsresultaten
  • Betrouwbaarheid in volledig geautomatiseerde processen

 

Toepassingsvoorbeelden

VARITOP tankveiligheidssysteem TTB 11-D

VARITOP® tankveiligheidssystemen worden veel ingezet in de bierindustrie. Een typische toepassing is de beveiliging van tanks in het fermentatie- en opslaggebied. De druk in de lege ruimte van de tank tijdens fermentatie en opslag kan worden geregeld via de VARITOP®. Tegelijkertijd beveiligt het VARITOP®-systeem de tank tegen over- en onderdruk tijdens het vullen en legen.

Met de optionele verwarming van de vacuümklep alsook de veiligheidsklep kan de VARITOP® in de open lucht worden gebruikt. Randvoorwaarde is een redelijke bescherming tegen weersinvloeden (bv. behuizing).

CIP & Gasbeheer

Het CIP-/gasbeheer vindt plaats zonder netvoeding via een schakelmodule, of met netvoeding via een wisselklep of een modulerende regelklep met vlinderklep of een vlinderklepcombinatie.

Automatische schakelmodule (zonder netvoeding)

Pad I: open
Pad II: open

In inactieve positie van de tank houdt de schakelmodule het pad voor tankvergassing en -ontgassing open. Het pad naar de reinigingsinrichting is altijd open. 

Tijdens CIP-voeding naar de spuitlans schakelt de schakelmodule automatisch vanaf 10 m3/u. De roterende straalreiniger is een uitzondering: hierbij sluit de schakelmodule bij 8 m3/u. Bij het sluiten van de schakelmodule wordt het pad voor tankvergassing en -ontgassing gesloten. 

Let op de dimensionering! De drukafhankelijke gaspijp is ontworpen voor een debiet van max. 92m3/u CO2 bij een bedrijfsdruk van 2 bar g. Dit kan worden omgezet naar andere procesparameters. De schakelmodule is zelfreinigend.

Vlinderklepcombinatie (met netvoeding)

Pad I : gesloten
Pad II: open

In inactieve positie van de tank houdt de schakelmodule het pad voor tankvergassing en -ontgassing open. Het pad naar de reinigingsinrichting is gesloten. Omschakeling van het pneumatische pad is voorzien. Het pad naar de reinigingsinrichting wordt dan geopend en het vergassings-/ontgassingspad gesloten. De schakelmodule is ontworpen voor hogere gasdebieten.

 

Vlinderklepcombinatie met P-15 (met netvoeding)

Pad I : gesloten
Pad II: open

De schakelmodule regelt de vergassing en ontgassing volgens de bedrijfs- en procesparameters via pad II. Dit is een compacte manier om de druk te regelen tijdens het fermentatieproces.

De regelklep is ontworpen als T-smart 7 vlinderklep in combinatie met een T.VIS® P-15 is opgenomen in het pad II. Pad I wordt gesloten door een T-smart vlinderklep in combinatie met een T.VIS® Vervolgens sluit M-15.

Reiniging van kleppen

In de centrale aansluiting wordt de veiligheids- en vacuümklep gereinigd door de spuitlans of de straalreiniger. Het reinigingsmiddel wordt door de nozzles in de lans naar de klepzittingen gesproeid. Om te verzekeren dat zowel de klepzittingen als de behuizing worden gereinigd, kan de klepplaat worden opgetild (optie). In de tank met bol deksel staat de veiligheidsklep gemonteerd op de tankplaat. De klep wordt gereinigd door een aparte reinigingsmodule, die tussen de tankplaat en de veiligheidsklep is gemonteerd.

Interne reiniging

De tankreiniging kan worden uitgevoerd met een spuitlans of straalreiniger. Bij gebruik van een spuitlans, kunnen er verschillende reinigers worden voorzien. Bv. sproeibollen, orbitale of roterende reinigers. 

De spuitlans of straalreiniger wordt bovenop het kruisstuk gemonteerd en loopt door het kruisstuk heen in de tank. Nozzles in de lansbuis zorgen voor zelfreiniging van het kruisstuk tijdens de tankreiniging. 

De automatische schakelmodule heeft een minimaal debiet nodig om te sluiten. Deze stroming kan hoger zijn dan het vereiste debiet voor de reiniger. De schakelmodule heeft reinigingsopeningen die verzekeren dat de pijp naar het kruisstuk in gesloten stand wordt gereinigd tijdens een tankreiniging.

 

Spuitlans en opties

VARITOP tankveiligheidssysteem Spuitlans

In het tankveiligheidssysteem VARITOP® kunnen talrijke reinigers van GEA worden gebruikt. Het gebruik van de reiniger in de VARITOP® wijkt technisch gezien af van gebruik als afzonderlijk instrument. Let op de volgende berekening van het totaal vereiste debiet voor het systeem VARITOP®. De maximaal toelaatbare werkdruk voor alle geïnstalleerde reinigers is 10 barg. Reinigers worden aangepast via de spuitlans in de VARITOP®.

Straalreinigers

VARITOP tankveiligheidssysteem Straalreiniger

Met het beproefde reinigingsprincipe van de straalreiniger wordt het optimale reinigingsresultaat bereikt door een langzaam draaiende, krachtige straal op het oppervlak.

In de drankenproductie overheersten sterk uiteenlopende procescondities. Daarom kan er tijdelijke overdruk optreden in de procestanks. Om ontoelaatbare overdruk te vermijden, gebruiken VARITOP® Tanktop-systemen uitsluitend moderne veerbelaste veiligheidskleppen.

Ze zijn typegetest voor vloeistoffen en/of stoom/gas of zijn onderworpen aan speciale goedkeuring door ASME, TÜV, Stoomwezen, CRN, ISPESL en andere.

Betrouwbare tankbeveiliging door moderne veiligheidskleppen. De installatiepositie van veiligheidskleppen kan verticaal of horizontaal zijn, zodat ze perfect in de gegeven installatieplek passen. In principe is de ingestelde responsdruk verzegeld. Leverbaar zijn optionele apparatuur en verbindingsfittingen, zoals een CIP-module, pneumatische hefaandrijving en feedback van de klepstand. Als er vacuüm ontstaat in de tank zonder beveiliging, kunnen de tank of het product beschadigd raken of, in minder ernstige gevallen, kan het product ontgassen en verslechteren. Responsgedrag vanaf 2,5 mbar en dichtheid in het geval van minimale overdruk.

Veiligheidskleppen

De veiligheidsklep kan verticaal of horizontaal in het VARITOP®-systeem worden geplaatst. Het binnenste van de verticale veiligheidsklep op het tankdeksel kan worden schoongemaakt met een speciale reinigingsmodule.

Tests / Inspecties

De geleverde veiligheidskleppen ondergaan elke vijf jaar een componenttest, zoals voorzien door de verordening inzake drukvaten, AD instructievel A2 en VdTÜV-instructie voor veiligheidsklep 100. Daarom wordt de test beoordeeld volgens Duitse regels. Tevens worden de kleppen jaarlijks gecontroleerd op hun conformiteit aan de onderdelentests van de componenten. 

De veiligheidsklep van type 488 kan worden geleverd met speciale certificaten volgens internationale regelgevingsinstanties zoals bv. ASME, DIN, GOST, ISPESL, CBPUI etc. Deze afzonderlijke certificaten betreffen ook de implementatie van de juiste testdruk.

* De horizontale toepassing moet worden meegedeeld bij de bestelling. Voor andere media met een hogere viscositeit, zoals water of bier, moeten de variërende kenmerken in aanmerking worden genomen. Kenmerken zoals verbuiging tot vastkleven of verificatie van chemische gedragingen.

 

Vacuümklep type V

FLC-vacuümklep-V

Het VARITOP® Tanktop-systeem gebruikt uitsluitend GEA-vacuümkleppen. Deze klep reageert met een zeer hoge gevoeligheid en biedt een hoge luchtdoorstroming. Het hygiënische ontwerp verzekert dat er geen neergeslagen vuildeeltjes of stof de tank in worden gezogen. De klep open vanaf 2,5 mbar (gelijk aan 25 mm Wk). De virtueel niet-klevende coating van de klepzitting en -schotel verbeteren de respons. De geïntegreerde zachte afdichting ondersteunt de afdichtingsfunctie van de klep in het geval van overdruk, zodat een langzaam genererende overdruk kan worden gehandhaafd. Als optie kan de vacuümklep worden voorzien van een pneumatische hefaandrijving, verwarming en feedback van de klepstand.

De VARIVENT®-vacuümklep van het type V maakt tanks veilig wanneer er druk wordt opgebouwd.

Constructie: Klep om tanks te beveiligen tegen vacuümdruk 

Kenmerken van opening: Vanaf 2-3 mbar "zwemt" de klep open, en komt goed gebalanceerd omhoog onder druk. Vanaf 5 mbar wordt de volledige heffing bereikt. De klep wordt onmiddellijk gesloten door overdruk 

  • Nominale breedte: DN 80 - 100 
  • Materiaal behuizing: 1,4404 
  • Ontwerp: Kogelvormige behuizing 
  • Opties: Pneumatische heffing, feedback en verwarming 

Aanvullende informatie:

  • De vereiste prestaties van de vacuümklep worden geïnterpreteerd met GEA's standaardmeting van de uitstroomprestaties. 
  • DN 162 (6" IPS) reageert later (groter gewicht). 
  • Probleemloze werking is mogelijk als het afdichtingsoppervlak van de schotel en de zitting intact zijn en als de (groene) zittingcoating niet beschadigd is. 
  • Een beschadigde zittingring en siliconen afdichting kunnen worden vervangen door GEA, aangezien een complete verwisseling nodig is. 
  • Alleen de nabijheidsschakelaar kan worden aangepast (optie), daarom worden hiervoor instructies meegeleverd. De responsmodus van de klepschotel kan niet worden aangepast.