Behandeling van oliehoudend water

De behandeling van afvalwater wordt strikt vastgesteld door nationale en internationale wetten. Afvalwater mag pas worden geloosd nadat de olie eruit is verwijderd door speciale goedgekeurde behandelingssystemen. Er mag niet meer dan 15 ppm olie in achtergebleven zijn. In sommige regio's is de grenswaarde verder beperkt tot 10 ppm.

Het milieu beschermen

Oliehoudend water mag pas worden geloosd als er minder dan 15 ppm olie in het afvalwater zit. 15 delen olie per miljoen delen water lijkt een kleine hoeveelheid, maar GEA is ervan overtuigd dat dit nog te veel is. Bovendien blijkt uit de praktijk dat deze waarde in veel conventionele installaties toch niet wordt verkregen. Hoe meer we deze hoeveelheid kunnen verkleinen, hoe groter het voordeel voor het milieu.

Afvalwater is een mengsel van de volgende bestanddelen:

  • Lekkages van koelwater
  • Lekkages van brandstof en smeerolie
  • Drainage van bezinksel- en slibtanks
  • Afvalwater van diverse reinigingsprocessen

Het product (d.w.z. oliehoudend water zonder buitensporige emulsie) wordt door de aanvoerpomp opgezogen uit de tank met oliehoudend water, en gaat door het filter en de voorverwarming, via de toevoerklep naar de separator. Gedurende het opstarten en tijdens de lossingscyclus wordt het afgevoerd naar de tank met oliehoudend water (bilgewater).

Het product stroomt van bovenaf het midden van de separatortrommel in. De zwaardere waterfase wordt gescheiden van de lichtere oliefase en wordt onder druk door een centripetalpomp afgevoerd.