Zuinig, veilig en volautomatisch

GEA’s vakbekwaamheid om zuinig, veilig en volautomatisch room te verwerken tot boterolie of watervrij melkvet (AMF) heeft nieuwe marketingkansen voor de zuivelindustrie gecreëerd.

Boterolie kent vele toepassingen, van de recombinatie van melk- en zuivelproducten tot gebruik als frituurvet en grondstof voor gebakken artikelen en ijs. En aangezien de wereldbevolking blijft groeien, wordt boterolie een strategisch belangrijk voedingsmiddel.
  
Jarenlange ervaring in het ontwerp van separators en decanters en een schat aan expertise en technische know-how vormen de hoekstenen van onze innovatie. GEA biedt turnkey-proceslijnen en -installaties voor de productie van boterolie met een capaciteit van maximaal 18.000 kg/uur. Afhankelijk van de specifieke vereisten van de klant kan het proces als batch-gebaseerd of continu worden ontworpen.
  
Boterolie wordt verkregen door het water en de vetvrije droge stof vrijwel volledig uit de room te verwijderen. Deze room is verkregen tijdens de scheiding van rauwe melk. Boterolie wordt vloeibaar bij 42 °C en wordt door de Codex Alimentarius Commission (Codex) gedefinieerd als AMF (Anhydrous Milk Fat - watervrij melkvet) met een vetgehalte van minstens 99,8%.
  
Het hoofddoel van het boterolieproces is de olie-in-water emulsie te splitsen en de niet-melk vetcomponenten af te scheiden. Door mechanische energie te gebruiken om de membranen van de vetdeeltjes te scheuren, zorgt een homogenisator ervoor dat het vet vrijkomt en zorgt voor de bijbehorende fase-inversie. Om de olie- en serumfasen volledig te scheiden is er een proces nodig dat bestaat uit twee stappen.
  
In het algemeen worden voor dit proces hoogperformante, zelfreinigende separators gebruikt. De tussenliggende emulsiefase kan echter interfereren met het scheidingsproces; dit kan alleen worden aangepakt met speciale ontwerpfuncties en een geoptimaliseerd procesbeheer.
  
Room met een vetgehalte van ongeveer 40% wordt in het systeem gevoerd en tot 55–60 °C verwarmd in een platenwarmtewisselaar. Deze temperatuur is nodig om de lage viscositeit van de room in de separatorkom te garanderen en tegelijkertijd, een significant andere dichtheid dan de magere melk. De room wordt vervolgens geconcentreerd tot een vetsamenstelling van 75% en naar de fase-inversie-unit gepompt. De karnemelk wordt uit de separator afgevoerd en opgeslagen en de room met hoog vetgehalte wordt onder hoge druk gehomogeniseerd.
  
In de olieconcentrator worden de emulsie en β-serum gescheiden (zware en lichte oliefase) en teruggevoerd naar de processtap om room te concentreren. De lichte oliefase, met een concentratie van 99,5% wordt verhit tot 90–95 °C en gewassen in een oliepolijster waar het resterende vocht verdampt. De verkregen boterolie heeft in dit stadium een vetgehalte van minimaal 99,8% en voldoet daarmee aan de hoogste kwaliteitsstandaards.
  
GEA levert complete systemen met een capaciteit van 500–18.000 kg/uur. Er is ook een versie voor het scheiden van α-serum en β-serum leverbaar, dit resulteert in bijproducten met toegevoegde waarde.